| Definitie van heraldiek |
Heraldiek is het bestuderen van het ontstaan, de ontwikkeling, het gebruik, het recht en de beschrijving van wapens. |
|---|---|
| Ontstaan |
Het wapen was een herkenningsteken om zich te onderscheiden als individu binnen een gemeenschap. Dit gebeurt op volgende wijzen:
|
| Ontwikkeling |
Bij het overbrengen van berichten aan een andere (tegen) partij (vijand) werd een (wapen) bode of aan- en verkondiger van een (leger) leider (vorst) gebruikt. Deze persoon ( de heraut) was onschendbaar en diende de herkenningstekens van de andere (tegen) partij te kennen. Hieruit ontwikkelde zich een vorm van registratie van herkenningstekens van verschillende partijen (eenheden). Deze registratie is tot op heden het kenmerk van de "heraldiek". |
| Gebruik |
Voor het bevestigen van overeenkomsten werd op of aan de overeenkomst een herkenningsteken (zegel) van beide partijen geplaatst of bijgevoegd. Dit zegel (herkenningsteken met eventuele kentekens van de groep) was gebonden aan een individu. Aanvankelijk was dit zegel voorzien van een portret (10e en 11e eeuw). Via een portret met handschrift, rang en positie (adel en geestelijkheid), naar een ruiterzegel (ruiter te paard voorzien van het individuele teken op het schild en uitrusting) met een randschrift.
Deze zegels werden voorzien van het te voeren wapen ook gebruikt door:
|
| Recht |
Het recht op het voeren van een wapen (als vaste herkenningsteken) was aanvankelijk te verkrijgen door schenking, belenen of kopen van rechten en goederen van een leenheer. Bij de uit nalatenschap verkregen rechten en goederen was ook het vaste herkenningsteken (het wapen) aanwezig. Aan het geërfde wapen werd een breuk aangebracht om in persoon een onderscheid in de familie (geslacht) te maken (vooral in de 13e en begin 14e eeuw) of nam als oudste het originele wapen over. Tijdens Philips II werden regels door gewoonten bepaald bij algemeen besluit van 23 september 1595. Daar de Noordelijke Nederlanden Philips II hadden afgezworen werden deze bepalingen daar niet aangenomen. In de Zuidelijke Nederlanden (Vlaanderen/België) waren deze regels met enkele besluiten een geschreven heraldisch recht tot de afschaffing van de adel en wapens in 1795. Het recht van het voeren van een wapen kan men een gewoonterecht noemen. Wat wil zeggen dat men een bestaand wapen niet mag aannemen en voeren, tenzij men kan aantonen dat men in rechte lijn afstamt van de persoon die het wapen als eerste voerde. Het aannemen en voeren van een wapen van een nog bestaande familie is strafbaar gesteld in het Burgerlijk Wetboek als zijnde een onrechtmatige daad. |
| Blazoeneren |
Het beschrijven van een wapen zodanig dat een heraldisch tekenaar zonder navraag dat wapen kan tekenen. De term blazoeneren is ontstaan uit het feit dat bij het openen van een tournooi (met ridders en paarden) op een klaroen werd geblazen voor een wapenschouw.
De wapenkoningen (herauten) bereidden deze schouw voor en werkten dat naderhand uit in de wapenboeken om het te gebruiken bij volgende toernooien of krijgsverrichtingen. Deze onderscheiding van toernooispelers of krijgslieden komt heden nog steeds voor. Kijk bijvoorbeeld naar sport en het leger. Er wordt nog steeds voor een onderscheid gezorgd. De beschrijving (blazoenering) van wapens werd en is bedoeld voor degene(n) die het wapen gaat vervaardigen, ofwel de juiste kleuren en figuren aanbrengen op het schildveld. Dit geschiedt volgens regels ten aanzien van volgorde en termen. Deze regels staan min of meer vast. Er is (nog) geen internationale normstelling met betrekking tot deze te noemen heraldische regels.
|
De heraut oefende vanaf de 12e eeuw functies uit met betrekking tot:
Pas na zeven jaar assistent (persevant) werd men heraut om dan ooit als hoofd van een groep herauten wapenkoning te worden.
Vanaf de 14e eeuw behoorden de herauten tot de vaste kern van vorstelijke hoven. Aan het einde van de 18e eeuw verdwenen de herauten. Mogelijk als gevolg hiervan ontstond het begrip Heraldiek. Alleen in Engeland en bij kroningsplechtigheden in Nederland en Zweden heeft de heraut nog een functie.